inhoud | terug

Spijker

Spijker vervaardigde koetsen sinds 1880.

De bekendste koets van Spijker is de Gouden Koets van het koninklijk huis. Deze is op 17 september 1898 door de gemeente Amsterdam aan koningin Wilhelmina geschonken .Ter gelegenheid van haar kroning tot Koningin der Nederlanden

In 1898 bouwden Jacobus en Hendrik-Jan Spijker ook hun eerste auto met Benz-motor. Dit was een belangrijk keerpunt voor de rijtuigbouwer. Aan het eind van de 19e eeuw begonnen ze met de fabricage van autos.Zij vestigden zij hun fabriek in Amsterdam aan de Amstel en noemden hun onderneming ‘Industriële Maatschappij Trompenburg’ omdat daar ooit het buitenhuis van Cornelius Tromp stond. Alles werd in eigen beheer vervaardigd. Zowel het chassis, het interieur en de complete motor.

De merknaam Spijker veranderden ze in Spyker - met een Y - want dat was eenvoudiger leesbaar in het buitenland. Zoals alle pioniers ging het de gebroeders Spijker niet gemakkelijk af. Zakelijk leiderschap bleef ondergeschikt aan technische inventiviteit. Kostenverslindende projecten deden daardoor meer dan eens een aanslag op de liquide middelen. Trompenburg overleefde weliswaar een faillissement en een overname, maar sloot uiteindelijk in 1925 definitief de poorten. De erfenis is echter groot, want naast kwaliteit en oer-Hollandse degelijkheid lieten Jacobus en Hendrik-Jan de autowereld twee van de belangrijkste technische vindingen na: de permanente vierwielaandrijving en de zescilindermotor. Alhoewel de uitvinding van de zescylinder lijnmotor ook wordt opgeëist door het engelse Napier.

1903, Spyker 60 HP: De eerste permanent vierwiel-aangedreven zescylinder auto ter wereld. Deze grand-prix racer was een belangrijke mijlpaal in zijn tijd. Andere Spyker modellen volgden met de karakteristieke ronde grill. Ze waren zeer succesvol in Engeland en Nederlands Indië. Met het behalen van een tweede plaats in de zeer zware de Peking-Parijs rally in 1907 zette Spyker zich internationaal stevig op de kaart.
Spyker vliegtuig

 

Spyker vliegtuig Van 1914 tot en met 1918 begaf Spyker zich op het gebied van de luchtvaart. In deze periode werden een honderd-tal gevechtsvliegtuigen geproduceerd en een tweehonderd-tal vliegtuigmotoren. Dit is een afbeelding van de Spyker VI, Het eerste volledig door spyker gemaakte vliegtuigontwerp met een Thulin motor

Na het uitstapje op het luchtvaart gebied ging Spyker in 1919 verder met het bouwen van luxe automobielen. De kwaliteit was uitzonderlijk hoog en de wagens hadden een heel eigen karakter. Tot de klanten van Spyker werden koningshuizen over de hele wereld gerekend, waaronder het koninklijk staldepartement van H.M. Koningin Wilhelmina.

1919 De Aerocoque welke geinspireerd is door de opkomende vliegtuigmodellen


Rond deze tijd is het credo ‘NULLA TENACI INVIA EST VIA’ (voor de doorzetters is geen weg onbegaanbaar) geïntroduceerd op de radiatoren van de Spyker modellen.

Het topmodel van Spyker, de door een Maybach-motor aangedreven C4, verwierf een reputatie als de Roll's Royce van het vaste land. Daarnaast haalde dit C4 model het Brooklands dubbel-twaalf snelheids record in 1922, waarmee het sportieve karakter van de wagen werd onderstreept. De behaalde gemiddelde snelheid was 119 kilometer per uur.

Recentelijk is de naam Spyker weer nieuw leven ingeblazen. Er wordt een serie retro sportwagens op de markt gebracht met de naam Spyker.

 

 

inhoud | terug | top