inhoud | terug

Het rijtuig

 

Maten en tekening

 


Tekening zijaanzicht koets

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De bovenstaande tekening is zonder bokkussen getekend.

 

* Overzicht tekeningen

 

 

Onderbouw

 

 

 

Gaffel

Bij de oudere onderstellen treft men nog vaak een houten gaffel aan waarin de disselboom wordt vastgezet. Ook de evenaar is dan nog van hout. Des te jonger het onderstel des te meer onderdelen van metaal zijn gemaakt.

 

Naaftype

De naaf en naafbus kennen een aantal varianten. Op de algemene sportrijtuigen zit bijna altijd de Collins patentas. Voor de wat oudere rijtuigen kan ook een mailbus zijn toegepast. Dit is echter vrij zeldzaam en verhoogt de waarde van het rijtuig aanzienlijk.

 

Flêche

Bij de nog iets oudere rijtuigen wordt ook nog een flÍche toegepast. Een voorbeeld hiervan is het mail-phaeton.Een flêche is onder andere noodzakelijk bij rijtuigen welke dubbel afgeveerd zijn. Vaak bestaat het eerste pakket uit springveren en bestaat de tweede sectie uit een leren ophangriem tussen C-veren.

As en veren

De as kan verschillende afmetingen hebben. Aan de einden zitten twee oren gesmeed waaraan de veerpakketten bevestigt kunnen worden. De as vormt een geheel met het uiteinde waarop de naaf draait. Deze ronde einden staan onder een dubbele hoek met de rest van de as. De hoek met het vertikale vlak zorgt voor het toespoor, de hoek met het horizontale vlak zorgt er voor dat de spaken haaks op het wegvlak komen te staan.

 

Het verenpakket moet worden afgestemd op het gewicht van de koets en de belading. Er zijn verschillende bladdiktes en lengtes om dit te varieren. Ook het aantal veerbladen in een verenpakket kan worden afgestemd op het gewicht van de koets met de lading..

 

Wielen

Wielen en spaken werden over het algemeen gemaakt van eiken hout. Eiken is bijzonder sterk, het is echter niet zo taai.

De spaken vormen samen een kegel. Dit geeft het wiel een veel hogere sterkte. Bij de huidige marathonwagens worden de spaken nogal eens in één vlak gelegd. Hierdoor zijn bij de naaf versterkende stalen platen nodig. Ook de spaken zelf zijn relatief dik.

 

Bouten door de hoepels werden toegepast als extra beveiliging tegen het aflopen van de hoepels. Vaak bij rijtuigen welke lange afstanden aflegden zoals reiskoetsen.

 

Disselboom

De disselboom wordt gemaakt van essenhout. Dit is niet zo sterk als eiken maar het is veel taaier. Een disselboom van eiken zou bij een ongeluk ook kunnen breken. Bij eikenhout ontstaan dan scherpe punten op het breukvlak, deze kunnen de paarden dan ernstig verwonden. Om bij een onverhoopte breuk de schade en de escalatie van het ongeluk in te perken kan men het beste een metalen strip onder in de disselboom frezen. Bij het knappen van de boom worden de verschillende delen dan nog enigszins bijeen gehouden. Het is dan zaak om niet in een reflex met de paarden te remmen maar met de rem van de koets zelf. De paarden moeten net uit de strengen gehouden worden. Liever nog iets laten trekken dan dat de koets ze op de hakken loopt. De beveiligingsstrip onder de boom houdt de koets dan enigszins in het rechte spoor.

 

 

 

Opbouw

 

De kast.

De opbouw is gemaakt van essenhout. Dit hout is taai en heeft minder neiging tot krimpscheuren dan eiken

Ook de zijkanten van de corpus zijn van essen planken. Omdat planken van deze afmeting snel scheuren (zeker bij een bewegend voorwerp als een koets) moeten ze extra worden verstevigd. Dit gebeurd door jute in lijm te drenken dit op de achterzijde van de beplating te plakken. Wij hebben hiervoor gewone watervaste houtlijm gebruikt omdat jute ook een vezelig natuurproduct is net als hout

 

Stoffering

De bekleding van een open sportrijtuig is over het algemeen van leer. Het is ook mogelijk de bekleding te maken van laken of een andere soort stof, maar dit is iets minder praktisch bij slecht weer. Bij een leren bekleding heeft men iets minder last van "nattigheid"dan bij een stoffen bekleding. Wel is het mogelijk de onderzijde van de kussens te voorzien van laken.

Het is absoluut niet de bedoeling de bekleding te maken van skai of een andere soort kunststof.

 

Voor de knopen in de kussens wordt een stukje van hetzelfde leer apart gehouden. Diverse bedrijven kunnen deze omkleden met bijgeleverd materiaal.

 

Het binnenwerk van de kussens kan uit diverse soorten materiaal bestaan. Vroeger werd veel paardehaar gebruikt of zeegras. Tegenwoordig is krijn goed te verkrijgen. Het effect is globaal hetzelfde als met zeegras. In geen geval moet de vulling gemaakt zijn van latex of schuimrubber. Hierdoor worden kussens veel te strak. Het zit ook wat minder comfortabel omdat het een bepaalde "stevigheid" ontbeerd.

 

De kleur van de bekleding moet worden afgestemd op de kleur van het rijtuig. Bij leer zijn gangbare kleuren zwart en naturel. Bij laken wordt de kleur meestal vrij donker gehouden in verband met het onderhoud, donkerblauw, zwart, donkergroen of donkerbruin is allemaal gangbaar. De lichte kleuren kunnen ook zandkleur of beige kan zeer fraai afsteken bij een donker rijtuig. Denk hierbij wel aan het schoonhouden. Net als bij een auto is niet iedereen gediend van een lichte bekleding.

 

Vergeet niet de stoffering te berekenen voor een scherm onder de bokzit, bekleding van de rug en armleuningen.

De achterzijde van de rugleuning is bekleed met lakleer. Dit is direct aangebracht op de houten ondergrond.

 

Metaalwerk

Het metaalwerk van het rijtuig behoord gesmeed te zijn. Echter er zijn maar weinig mensen die nog ijzer aan elkaar kunnen wellen. Behalve een smidsvuur (waar weer speciale kolen voor nodig zijn) moet ook speciaal smeedijzer worden toegepast. In de praktijk wordt het meeste ijzerwerk gewoon gelast en eventueel iets uitgesmeed. Het is daarbij wel zaak om de maatvoering en detaillering van vroeger aan te houden. Het zonder meer toepassen van modern rondijzer koudgewalste profielen is direct zichtbaar en dus helemaal uit den boze.

Van oudsher hebben toegepaste moeren en bouten vierkante koppen. Vroeger maakte een leerjongen in de verloren uurtjes van kleine stukjes vierkant ijzer allemaal moertjes. Vooral bij boeren smeden varieërden deze nogal van afmeting, bij de iets chiquere rijtuigen waren ze wel netjes afgewerkt. Hiervoor zijn tegenwoordig ook nog gewoon vierkante moeren te koop die goed toe te passen zijn. Slechts bij uitzondering werden hexagonale moeren gebruikt, dit was vooral het geval bij de wat moderne rijtuigen.

Leerwerk

Iedereen die een op een hoge koets is geklommen heeft het in de hand gehad, het allemans end. Gewoonlijk gemaakt van naturel kleurig leer. Dit is een van de vele leren onderdelen van een koets. Mogelijke andere onderdelen zijn de zweephouder, de paraplumand bevestiging, de trompethoes en de riemen om de kussens vast te zetten.

Het was de gewoonte om bij rijtuigen de metalen spijlen van leuningen te bekleden met lakleer dit is wat beter bestand tegen krassen en slijtage.

Ook op de kast van de koets werden beschermplaatjes van lakleer achter de metalen opstapjes aangebracht. Er waren ook opstapjes met een metalen stoorplaatje geïntegreerd in het opstapje. De lakleer bescherplaatjes werden rondom weer afgezoomd met een dun stukje leer.

De binnenste proken worden bovenop voorzien van lakleer, ook de bussen van de proken waar de strengen omheen liggen werden bekleed met leer en onder de prook zat een leren ring ter bescherming van de evenaar. De buitenste proken werden meestal alleen aan de binnen- en onderzijde bekleed met leer omdat de bovenzijde werd gebruikt als opstapje voor de bok. Een bekleding van leer zou dan snel versleten zijn.

allemansend gemaakt van naturelkleurig rundleer

foto van een leren afdekkapje op een moer

Op plaatsen waar metalen delen onder de zitkussens aanwezig zijn moeten de kussens beschermd worden tegen doorslijten. Dit gaat het best door het metaal te omkleden met een stukje lakleer met de gladde zijde tegen het kussen. Op plaatsen waar de onderliggende delen bereikbaar moeten blijven, omdat ze bijvoorbeeld demontabel zijn, kan een schuif-kapje uitkomst bieden.

 

 

 

Schilderwerk

 


Er zijn vele boeken geschreven over authentiek schilderwerk. Een bijzonder leerzaam exemplaar is ďThe complete carriage and wagon painterĒ uit 1883 van M.T. Richardson. Er moet wel bij bedacht worden dat dit boek op de Amerikaanse markt gericht is, bepaalde kleuren konden op het continent niet in gangbaar zijn.

 

In dit hoofdstuk wil ik niet ingaan op de vraag hoe er geschilderd moet worden maar welke kleur geschilderd moet worden. Er zijn drie vragen te stellen: welke kleuren werden er toegepast, op welke koetsonderdelen werd welke kleur aangebracht en welke biezen werden er toegepast. Voor sommige soorten rijtuigen komt de belettering nog aan de orde, maar dat is op sportrijtuigen niet van toepassing.

 

Kleuren

Om kleuren eenduidig vast te leggen is er onder andere het ACC systeem ontwikkeld. Dit is een wijd verbreid bekend systeem waarin alle mogelijke kleuren met een code kunnen worden vastgelegd. Deze kleurcodes worden hier gehanteerd.

 

* toelichting ACC-kleursysteem

 

Eind vorige eeuw was het gebruikelijk voor de schilders om zelf de kleuren te mengen. Er was kant en klare verf in diverse kleuren te koop maar voor het dubbele tot viervoudige van de prijs als wanneer men het zelf mengde. De basistabel van waaruit de gewenste kleuren werden samengesteld en ook de mengverhouding staat hier vermeld om zo een indruk te krijgen van de kleuren die men vroeger toepaste.

 

* Overzicht historische kleuren

 

 

Kleurcombinaties

Van oorsprong worden de kleuren donkergroen en zwart, donkerblauw en zwart, donkerbruin en zwart veel gebruikt bij dienstrijtuigen Bij sportrijtuigen werd veel vermiljoen met zwart en rood met zwart gebruikt. Later tijdens de komst van de spoorwegen kwam de kombinatie geel met zwart in zwang. Bij het boek "Kijken naar rijtuigen" is als bijlage een kleurenkaart gevoegd met traditionele rijtuigkleuren. Tevens zijn mogelijke combinaties met biezen aangegeven.

 

* Overzicht traditionele combinaties volgens Luitenant Generaal bd.Bartels.

 

Ten tijde dat wij de kleuren uitzochten voor het rijtuig was het boek van Bartels nog niet uitgegeven, daarom hebben we zelf veel rondgekeken naar een aansprekend kleurenschema.

In eerste instantie hebben we gekeken naar vermiljoen omdat dit een wat frisse uitstraling gaf. Bij een proefstuk bleek dat de gekozen kleur ACC D8.65.50 veel te flets was. Tevens bleek dat het geheel naar onze smaak wat te oranje werd, daarop is besloten over te stappen op bordeaux rood. Na uitgebreid te hebben gekeken bij andere rijtuigen werd gekozen voor ACC B8.50.20 na het schilderen van diverse onderdelen was het resultaat toch niet wat wij hoopten. Het iets frissere bordeaux waaraan wij dachten bleek in werkelijkheid een vuurrode tint te hebben.Vervolgens zijn we overgestapt naar de kleur ACC B6.45.15 dit voldeed gelukkig volledig aan onze verwachting. Als contrakleur is gekozen voor zwart.

 

Het begrip basis- en accentkleur is relatief. Bij het onderstel is bij ons de basiskleur maroon en het accent zwart. Bij de bovenbouw is het precies andersom.

Biezen

De biezen op het onderstel hebben we zo eenvoudig mogelijk gehouden. Bij sportrijtuigen was een eenvoudige brede streep gangbaar. Over het algemeen wordt bij grote rijtuigen dikkere strepen toegepast. Op de spaken is de beëindiging bij de naaf met een gevorke bies tot op de naaf. Als een gesloten driehoek wordt toegepast moet deze los staan van de naaf.

 

* Overzicht soorten biespatronen en breedtes

* Voorbeelden biezen op wielen

biezen op het wiel, aanklikken voor een toelichting

 

 

Toebehoren

 

Zweepbord

Te maken van een stukje essenhout. Meerdere modellen zijn mogelijk.

Trompet

Over de aanwezigheid van een hoorn op de het gemiddelde rijtuig zijn ook twijfels. Natuurlijk hoort een trompet op een mailcoach hier is ook de functie van het melden van de postkoets duidelijk. Voor het overige is de functie van het instrument vragenswaardig. Het werd in ieder geval niet gebruikt als voorloper van de claxon.

 

Paraplubak

De paraplubak hangt bij een brik aan de achterzijde van het rijtuig. Over het algemeen is deze gemaakt van gevlochten wilgentenen. Aan de bovenzijde zijn openingen vrijgelaten om een leren riem door te halen. Aan de onderzijde staat de paraplubak in een leren houder. Deze houder is weer vastgemaakt met een riempje aan de koets.

 

Sleutel

De sleutel van het deurtje onder de bok zit in een leren opbergvakje aan de rechterzijde onder de bokzit van de koetsier. Het is niet de meest gemakkelijke locatie maar deze is historisch vastgelegd.

 

 

Voorzwengen

Bij een sportrijtuig bespannen met een vier paarden hoort een driedelige voorzweng. In het vierspan rijden wij echter normaal met jonge paarden altijd met een eendelige (vaste) voorzweng. Als nadeel heeft de enkele voorzweng dat er geen schommelwerking voor de afzonderlijke paarden is. Ook trekt bij onevenredig inspanning de zaak helemaal scheef. De voorpaarden zijn echter het overgrote deel van de tijd terug genomen uit de strengen, uitsluitend bij zwaar werk tegen een heuvel op of door mul zand trekken ze mee. Het is zaak op zulke momenten goed aandacht te geven aan de treklast verdeling en dan is een enkele voorzweng een zeer werkbare oplossing.

 

 

Als groot nadeel van de driedelige voorzweng (mailzweng) is dat deze veel lager bij de grond hangt, daarbij kan bij een wat hortig aangaan de zaak zowel tegen de knieŽn van de achterpaarden als op de hakken van de voorpaarden klotsen. Onrustige jonge voorpaarden komen eerder met de achterbenen over de strengen en onrustige achterpaarden komen eerder met de voorbenen over het zwengenstel. Ook en juist bij halt houden en korte pauzes. Bij jonge onervaren paarden is het niet echt verantwoord met een driedelig voorzweng te rijden.Voor klassementsritten moet echter altijd wel met een driedelige voorzweng gereden worden, dit omdat het een meer authentieke en sportieve uitstraling heeft. Bij een rustig en betrouwbaar span is er ook geen reden om met de eendelige voorzweng te rijden.††

 

Voorzwengen zijn altijd voorzien van blank metalen beslag. Vroeger werd dit iedere dag geschuurd om de roest te verwijderen. Tegenwoordig wordt roestvrij staal toegepast

 

Achterzwengen

Bij een sportrijtuig kan vaak worden gekozen om de achterpaarden op zwengen of op proken te rijden. Vanuit het oogpunt van het paard is de zweng ruim te verkiezen. Dit levert veel minder schuren van het gareel op. Bij korte ritten in de stad (bijvoorbeeld met een bruiloft o.i.d) is het rijden op de proken te verkiezen omdat het veel strakker stuurt en remt.

 

Op de plaats waar de zwengriem om de zweng loopt wordt deze beschermd door een stukje lakleer. Een klein beugeltje houd de riem op zijn plaats.

 

Reserve zwengen

Een van de fraaiste accessoires op een sportrijtuig zijn de reserve zwengen. Glimmend gepoetst en strak onder elkaar gemonteerd geven ze een zeer speciaal effect aan de combinatie. Meestal wordt een hoofdzweng en een nevenzweng onder elkaar gemonteerd. Het is ook mogelijk een hoofdzweng met twee nevenzwengen te monteren.

 

Lampen

De lampen van een brik moeten een redelijk groot formaat hebben. Niet te veel versieringen in verband met het sport- en werkrijtuig karakter van de koets. De lampen moeten ook weer niet te groot zijn zoals bij een mailcoach. Over de derde lamp voor op het voetenbord zijn de meningen verdeeld. Het wordt al snel een opzichtige versiering, zeker bij de kleinere rijtuigen is deze niet op zijn plaats.

 

Wieldoppen

Voor het graveren van de wieldoppen hebben wij de mooiste dop genomen en deze over laten zetten op de andere wieldoppen. De bijbehorende doppen waren erg beschadigd dus deze hebben we vernieuwd. Wieldoppen zijn te verkrijgen in ruwe vorm gegoten van messing. Een metaaldraaierij kan deze dan verder afwerken en voorzien van een passende draad welke hoord bij de wielnaaf.

Toegepast metalen

Het verzilveren hebben we laten doen bij Jansen Chroom in Enschede. Verchromen kan natuurlijk ook maar geeft een wat hardere (blauwachtige) uitstraling. Zilver is wat zachter en warmer. Het lakken van zilver met epoxy is af te raden. Het oxideerd weliswaar niet meer, maar op de plaatsen waar een kleine beschadiging ontstaat oxideerd het wel en op dat moment wordt het een vlekkerig geheel. Beter is vanaf het begin alles netjes te poetsen, dit geeft het beste resultaat.

 

De disselkop kan het best worden gemaakt van roestvast staal. Het uiterlijk is gelijk aan blank smeedijzer het is alleen veel minder gevoelig voor roest. Dit geld ook voor het beslag van de zwengen. Door het zout in het zweet van de paarden zou blank ijzer hier snel gaan roesten.

 

 

inhoud | terug | top