inhoud | terug

 

 

Het span

 

De brik is met verschillende aanspanningsvormen bespannen geweest. Beginnend met een tweespan, dit is vanwege de afmeting van het rijtuig ook het minimum. Vervolgens is er een driespan voor geweest, in zowel een eenhoorn formatie (klavertje drie) als drie naast elkaar. Daarna een vierspan en een enkele maal is er een vijfspan (hamerkop) voor gezet. Het elegantst is nog steeds de eenhoorn. Daarbij is het wel zaak dat het voorste paard extra sjiek is en beetje show kan maken. Het is wel moeilijker rijden met een "los" paard ervoor. Als hij eigenwijs is kan hij zich zo omdraaien en de koetsier aankijken, er is geen ander paard of disselboom die hem tegenhoud op zo'n moment.

 

Het bijeen zoeken van een goed basis tweespan is een enorme klus. Voor een goed en passend span worden hoge bedragen gevraagd (en geboden) gezien de moeite die het kost een fijn span te maken is dit niet verwonderlijk.

 

Voor alle typen paarden is het even moeilijk. Als je bezig bent met vossen lijkt het of de wereld is vergeven van gelijksoortige bruinen en er is geen enkele fatsoenlijke vos bij de andere te passen. Je kunt je dan troosten met de gedachte dat dit voor het omgekeerde ook geld. Geen enkele bruine past goed bij de andere terwijl het overal raast van de identieke vossen.

 

In zekere zin is het uitbouwen van een tweespan naar een vierspan minder moeilijk. Als er een afwijking zit dan kan deze een eigen plekje in het span krijgen. Is een paard is zwaarder dan de anderen dan gaat hij gewoon naar achter. De achterpaarden kunnen rustig iets zwaarder of groter zijn dan de voorpaarden. Het verschil moet natuurlijk niet te extreem worden. De elegantste paarden komen voorop. Hier hoeven ze minder zwaar te trekken en kunnen ze de energie steken in het front maken en dat ziet van voren altijd goed uit. Als een paard het hoofd iets hoger heft dan de ander komt deze gewoon aan de bermzijde te lopen. Omdat de wegen meestal bol gevormd zijn in verband met de afwatering is de bermzijde iets lager dan het midden van de weg. Als het bermpaard dan het hoofd iets hoger houd lijkt het van voren juist weer even hoog.

 

 

Zo kun je het ontbreken van aftekeningen ook maskeren door bijvoorbeeld een blesloos paard achter te zetten of een been zonder aftekeningen aan de binnenzijde bij de disselboom. Kortom in een vierspan zijn er voldoende mogelijk heden om kleine schoonheidsgebreken minder op te laten vallen.

 

Een bijkomend probleem is dat een span nooit af is. Zodra na enkele jaren het span goed loopt moet alweer gezocht worden naar opvolgers. Dit speelt vooral bij een vierspan dat in de loop van de jaren is opgebouwd. Zodra de laatste betuigd is en mee loopt met wat ervaring, moet al begonnen worden met het zoeken naar een opvolger voor de oudsten in het span. Want voor een veulen geheel betuigd is is men al weer een paar jaar verder. Dit gaat vooral op als er steeds eenjarigen worden aangekocht, het is dan in het begin moeilijk in te schatten of deze op latere leeftijd bij het span gaat passen. Voor dat het zeker is dat het echt een misser is die er niet meer bijkomt ben je alweer twee jaar verder.

 

Het temperament van de paarden moet ook bij elkaar passen. Dit geeft het minste problemen als de paarden vanaf jongs af aan met elkaar zijn opgegroeid. Het lijkt of de karakters meer bij elkaar gaan passen of dat ze zich aan elkaar aanpassen.

 

Het belangrijkste blijft echter of de paarden eerlijk zijn. Onder omstandigheden kunnen alle paarden een keer slaan, het ene paard doet dit sneller dan het andere. Maar als je bij het optuigen steeds je rug gedekt moet houden is de situatie niet werkbaar en kun je het paard beter verkopen.

 

 

inhoud | terug | top