inhoud | terug

Het tuig

 

Voor het tuig zijn er meerdere mogelijkheden. Bij de engelse aanspanning kan er alleen worden gekozen voor het gareeltuig.

 

De kleur is in hoofdzaak zwart. Dit hangt echter af van een aantal zaken. Ten eerste de kleur van het beslag op de koets. Als dit messing is kan ook voor een bruin leren tuig met messing beslag worden gekozen. Vooral op schimmels is dit een fraaie kleurcombinatie. Over het algemeen is het beslag van het rijtuig en het tuig chroom- of zilverkleurig. Hierbij past alleen een zwart leren tuig.

 

Het toepassen van monogrammen op het tuig moet met mate geschieden. Houd de monogrammen bescheiden van afmeting en plaats ze op de vaste plaatsen. De lepel voor de borst, de oogkleppen aan de buitenzijde, de schoftjes. Eventueel de strengophouders en de frontlepels aan het hoofdstel.

Weet dat het toepassen van kroontjes in principe is voorbehouden aan de adelstand. Het aantal pareltjes geeft aan welke titel de betreffende eigenaar heeft.

 

Het is in verband met de veiligheid een absolute noodzaak het tuig te verstevigen. Dit kan bijna onzichtbaar gebeuren door het innaaien van nylonstroken op cruciale plaatsen. In ieder geval valt hieronder de disselriem, de strengen, de verbinding van de strengen aan het schoftje en de trekkers. Deze laatste zijn vaak voorzien van een stalen inleg, in dat geval is een nylon versterking natuurlijk overbodig.

 

Voor het onderhoud van het tuig wordt geadviseerd vet te gebruiken eerder dan olie.Het is namelijk mogelijk dat olie de stiksels aantast. De modernere stikselgarens hebben hier geen last van.

 

Voor het gebruik van de stang zijn wij uitgegaan van de Liverpool stang. Als deze onderaan wordt verbonden door een metalen beugel spreken we van een Buxtonstang. Verdere stangen als de Friese tuigstang, de Utrechtse tuigstang en de B-stang zijn niet van toepassing bij een engelse aanspanning

 

Over het voeren van de Buxtonstang bij de voorpaarden van een vierspan zijn de meningen verdeeld. Een mening is dat voor geen buxtons nodig zijn omdat deze uitsluitend het bijten van de achterpaarden  op de voorpaarden dient te voorkomen. Een ander standpunt is dat uit oogpunt van eenvormigheid de voor- en achterpaarden gelijke stangen dienen te hebben.

 

Indien de eigenaar zelf rijdt, hetgeen vaak het geval is met een sportrijtuig, dan is dit zichtbaar doordat gereden wordt met disselkettingen in plaats van disselriemen. Als de aanspanning wordt gereden met een koetsier dan worden de disselriemen gebruikt. Bij het gebruik van disselkettingen is het zaak te letten op de veiligheid van de sluiting. Sommige sluitingen, met name die met de lange haak, kunnen snel losraken als er wat gesprongen wordt door een jong paard, speciaal als de kettingen niet genoeg op spanning zijn.In dat geval is het veiliger toch maar te rijden met riemen, of om een veiligheidssluiting te nemen.

 

inhoud | terug | top